Een kijkje in de keuken bij het Nationaal Archief
Het Nationaal Archief staat opgelijnd voor de grote conserverings- en digitaliseringsslag. Begin juni zal samen met Filmmuseum en Beeld en Geluid de aanbesteding voor de digitalisering van de fotocollecties Europees aanbesteed worden. Naar verwachting zal deze begin 2009 rond zijn. Liesbeth Keijser, projectleider conservering en digitalisering bij het Nationaal Archief voor Beelden voor de Toekomst, geeft een rondleiding in het professionele restauratie-atelier van het Nationaal Archief. Hier restaureren en conserveren restauratoren en stagiaires het archiefmateriaal met de grootste zorg.Restauratie: tunneltjes en azijngeur
Het Nationaal Archief herbergt circa 80.000 boeken en 1,2 miljoen foto’s, 300.000 historische kaarten en 100 strekkende kilometer archiefmateriaal in dozen. Het gaat om particuliere en bedrijfscollecties, maar vooral om archieven van de rijksoverheid. Fotografisch materiaal staat op verschillende dragers – glas, negatieven, albums - en is op verschillende manieren opgeslagen. Dat vergt uiteenlopende restauratietechnieken.
Keijser laat een historisch album zien waarin een professionele fotograaf de foto’s met plakband heeft vast gemaakt. Het plakband moet er zorgvuldig vanaf gepeuterd worden voordat de foto’s gedigitaliseerd kunnen worden. Foto voor foto... Sommige foto’s zijn in verre staat van verval. Keijser laat acetaatnegatieven zien met “tunnelingen” waarbij de acetaatdrager gekrompen is. Doordat de gelatine met beeld niet krimpt, ontstaan er tunneltjes. Dit verval heet azijnsyndroom. Bij het verval komt namelijk een penetrante azijngeur vrij. De restauratoren moeten de oude drager losweken en de gelatinelaag met beeld op een nieuwe polyester-drager overzetten. Het Nationaal Archief heeft 70.000 acetaatnegatieven ingevroren om het verval stil te zetten. Deze liggen in een zogenoemd ‘vriesveem’ naast de oliebollen en de sinaasappelen.

Aanvezelstraat en Hyper Spectral Imager
Het Nationaal Archief is een voorloper op het gebied van onderzoek, legt Keijser uit. Speciaal voor het Nationaal Archief is een machine ontwikkeld die met een laser nummeringen in de gelatine van het negatief maakt. Zo wordt een uniek nummer onlosmakelijk aan het object gekoppeld en kan grootschalige behandeling van de acetaatnegatieven plaatsvinden zonder verlies van de identiteit. Een groot deel van het werk zal uitbesteed worden, omdat het Nationaal Archief het werk niet alleen aan kan.
Een ander pronkstuk is de “aanvezelstraat”. De VOC-collectie bijvoorbeeld lijdt aan “inktvraat”: de documenten verroesten simpelweg. Inktvraat komt vaak voor bij archieven die in de tropen gevormd en bewaard zijn. Door de warme en vochtige omstandigheden wordt het verval gestimuleerd. Ook insecten en schimmels hebben deze archiefstukken vaak geteisterd en gaten veroorzaakt in het papier. Het Nationaal Archief vult die gaten met papierpulp op, met behulp van de aanvezelstraat.
Keijser laat ook trots de “Hyper Spectral Imager” zien. Een soort röntgen-oog dat documenten kan doorlichten. Hiermee kan bijvoorbeeld geanalyseerd worden of teksten later toegevoegd zijn of kan verval van objecten in een vroeg stadium gesignaleerd worden.
Digitalisering en vervolgstappen
In 2008 zal het Nationaal Archief al circa 35.000 foto’s en negatieven op hoge resolutie digitaliseren. Op dit moment zijn er al een groot aantal op lage resolutie gedigitaliseerd en op de Beeldbank ontsloten. Meestal is dit gedaan door de “zorgdragers” van de collecties zelf. Het Nationaal Archief is veeleisend en vindt dat de collecties ook op hoge resolutie beschikbaar moeten zijn. Bedrijven die tot nu toe benaderd zijn om dit uit te voeren, hebben volgens Keijser moeite om aan de eisen te voldoen.
Als straks de aanbesteding rond is, zal het Nationaal Archief op grotere schaal haar activiteiten voort kunnen zetten. Er is een analyse gemaakt van de collecties door een externe onderzoeker die een priorisering binnen de collecties heeft gemaakt. De uitdaging die het Nationaal Archief daarna te wachten staat, is om de gedigitaliseerde collecties voor het publiek te ontsluiten. Het team van Petra Schoen, Josefien Schuurman (contextualisering) en Maaike Thonen (auteursrecht) is daarom nu al bezig met het opzetten van een project waarin vrijwilligers helpen met het metadateren van het materiaal.





